Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Douanerechten; posten 8517, 8521, 8531 en 8543 van de GN; aantekeningen 2 en 3 op afdeling XVI van de GN; tariefindeling van een zogenoemde videomultiplexer die binnen een gesloten beveiligings- of bewakingssysteem wordt aangesloten op camera’s, brandmelders en/of inbraaksensoren, daarvan afkomstige beelden en geluiden kan verwerken en beelden kan weergeven op aangesloten beeldmonitoren. Wanneer opgenomen beelden of geluiden daartoe aanleiding geven, kan de videomultiplexer een waarschuwingssignaal in de vorm van een e-mail afgeven. Prejudiciële vragen.

Uitspraak



13 maart 2015

nr. 13/01488

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 februari 2013, nr. 11/00446, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 09/2048) betreffende de bij beschikking ten aanzien van belanghebbende gegeven bindende tariefinlichtingen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 28 februari 2014 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. De conclusie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

De Hoge Raad heeft partijen in kennis gesteld van zijn voornemen het Hof van Justitie van de Europese Unie te verzoeken een prejudiciële beslissing te geven.

Belanghebbende heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, gereageerd op de aan partijen in concept voorgelegde vraagstelling.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

Belanghebbende heeft op 14 oktober 2008 de Inspecteur verzocht bindende tariefinlichtingen te verstrekken voor drie soortgelijke typen apparaten, aangeduid als videomultiplexer (hierna: de videomultiplexer). Zij heeft daarbij verzocht deze in te delen in postonderverdeling 8543 70 90 dan wel 8531 10 30 van de Gecombineerde Nomenclatuur zoals deze in 2008 luidde ingevolge bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1214/2007 van 20 september 2007 (hierna: de GN). Voor deze postonderverdelingen gold in dat jaar een douanetarief van 3,7 respectievelijk 2,2 percent.

2.1.2.

Met dagtekening 27 november 2008 heeft de Inspecteur voor elk van de videomultiplexers afzonderlijk een bindende tariefinlichting verstrekt, waarin deze als “video-opname- en weergaveapparaten” zijn ingedeeld in postonderverdeling 8521 90 00 van de GN (tarief van douanerechten 13,9 percent).

2.1.3.

De videomultiplexer wordt gebruikt binnen een systeem of installatie voor de beveiliging en bewaking van gebouwen (hierna: het systeem). Het systeem is een gesloten televisiesysteem (closed circuit television system) en bestaat uit de videomultiplexer en daarop aangesloten externe camera’s (hierna: de camera’s) en/of externe sensoren (zoals bewegings- en brandmelders; hierna ook: de sensoren).

Binnen het systeem ontvangt de videomultiplexer van de sensoren afkomstige signalen, alsmede van de camera’s afkomstige analoge en digitale beelden en/of geluiden. Voor dit laatste is de videomultiplexer voorzien van video- en audio-ingangen waarop maximaal 16 camera’s tegelijk kunnen worden aangesloten. Met de videomultiplexer kunnen de aangesloten camera’s op afstand worden in- en uitgeschakeld en bestuurd. Met de beeldbewegingssturing kan opname van bepaalde delen van een gebouw of terrein worden geselecteerd en tevens vergroot of verkleind. Opname van bepaalde delen van camerabeelden kan met behulp van de videomultiplexer worden geblokkeerd zodat de registratie kan worden beperkt tot bepaalde dagen of uren van de week en/of tot bepaalde gebieden van een gebouw of terrein dan wel worden bewegingen van bijvoorbeeld in het gebouw aanwezige honden genegeerd (ter voorkoming van het onnodig afgaan van het alarm).

2.1.4.

De videomultiplexer beschikt over video-uitgangen waarop één of meer beeldmonitoren kunnen worden aangesloten. Op de beeldmonitor(en) worden de beelden afkomstig van de camera’s weergegeven. Op één beeldmonitor kunnen tegelijkertijd (in mozaïekvorm) beelden afkomstig van maximaal 16 camera’s worden getoond. De videomultiplexer heeft voorts een audio-uitgang voor aansluiting op een externe versterker/luidspreker. De videomultiplexer kan geen televisiesignalen ontvangen.

2.1.5.

De videomultiplexer bevat een zogeheten harde geheugenschijf waarop beelden en geluiden afkomstig van de camera’s en/of signalen afkomstig van de sensoren kunnen worden vastgelegd. Beveiligingstechnieken voorkomen dat opnames per ongeluk worden overschreven of worden gemanipuleerd. Beelden, geluiden en signalen worden opgeslagen in een speciaal format zodat zij in beginsel alleen met behulp van de videomultiplexer of speciale software kunnen worden weergegeven.

2.1.6.

De videomultiplexer beschikt over voorzieningen om aansluiting op het internet, op een automatisch gegevensverwerkende machine of op digitale netwerken mogelijk te maken.

Voorts heeft de videomultiplexer een ingebouwde alarmindicator. Deze kan zo worden ingesteld dat, wanneer waargenomen bewegingen en/of geluiden en/of signalen daartoe aanleiding geven, een waarschuwingssignaal in de vorm van een e-mail wordt gezonden naar één of meer van de op het systeem aangesloten gebruikers, zoals de politie, de brandweer, de eigenaar van een pand of een bewakingsbedrijf en/of toestellen worden aangestuurd die geluid- of lichtsignalen geven.

2.1.7.

De videomultiplexer is alleen te koop bij bedrijven die zich hebben toegelegd op de verkoop van beveiligings- en bewakingsinstallaties en die de apparatuur compleet (camera’s en/of sensoren, de videomultiplexer alsmede verbindings- en aansluitbenodigdheden) bij de koper installeren.

2.1.8.

De Inspecteur heeft in de bindende tariefinlichtingen vermeld dat de videomultiplexer met toepassing van algemene indelingsregels 1, 3b en 6 van de GN als ‘video-opname- en weergaveapparaat’ moet worden ingedeeld in postonderverdeling 8521 90 00 van de GN, met vermelding van de toepassing van aantekening 5E op hoofdstuk 84 van de GN en een verwijzing naar de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 maart 2005, Ikegami Electronics (Europe) GmbH, C-467/03, ECLI:EU:C:2005:182, en van 4 maart 2004, Krings GmbH,C-130/02, ECLI:EU:C:2004:122.

2.2.1.

Het Hof heeft, uitgaande van zijn vaststelling dat de videomultiplexer in staat is om videobeelden op te nemen en videobeelden weer te geven op respectievelijk vanaf een interne harde schijf, geoordeeld dat de videomultiplexer als zodanig, gelet op de bewoordingen van post 8521 van de GN en van postonderverdeling 8521 90 00 van de GN, als video-opname- en weergaveapparaat vatbaar is voor indeling onder deze postonderverdeling.

Het Hof heeft voorts verworpen de primaire stelling van belanghebbende dat de videomultiplexer als zodanig moet of kan worden aangemerkt als een toestel bedoeld in post 8531 van de GN.

2.2.2.

Het Hof heeft vervolgens - overeenkomstig de door belanghebbende voor het Hof verdedigde subsidiaire stelling - geoordeeld dat de videomultiplexer, gelet op de eigenschappen ervan, deel vormt van een machine (alarmsysteem) als bedoeld in post 8531. Met toepassing van aantekening 2, letter a, op afdeling XVI van de GN is het Hof tot het oordeel gekomen dat de videomultiplexer blijft ingedeeld onder de post van de GN waaronder deze als zodanig kan worden ingedeeld, dat wil zeggen – uitgaande van ’s Hofs hiervoor in 2.2.1 vermelde oordelen - postonderverdeling 8521 90 00 van de GN.

2.3.

Het middel richt zich met rechtsklachten tegen de hiervoor in 2.2 weergegeven oordelen van het Hof. Het middel voert aan - naar de Hoge Raad begrijpt - onder verwijzing naar aantekening 2, letter b, op afdeling XVI van de GN, dat de videomultiplexer uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd om te worden gebruikt als deel van een alarmsysteem. Volgens het middel is de videomultiplexer daarom een deel van een elektrisch toestel voor hoorbare of zichtbare signalen in de zin van post 8531 van de GN. In dat kader beroept het middel zich op de verklaring voor recht van het arrest van het Hof van Justitie van 15 december 1977, Fritz Fuss KG, 60/77, ECLI:EU:C:1977:213 (hierna: het arrest Fritz Fuss), alsmede op algemene indelingsregel 3, letter b, van de GN en op punt 41 van het arrest van het Hof van Justitie van 29 april 2010, Roeckl Sporthandschuhe GmbH & Co. KG, C-123/09, ECLI:EU:C:2010:237 (hierna: het arrest Roeckl).

2.4.1.

Post 8521 van de GN luidt als volgt:

“Video-opname- en videoweergaveapparaten, ook indien met ingebouwde videotuner:

8521 10 - werkend met magneetbanden:

(...)

8521 90 00 – andere”

Post 8531 luidt als volgt:

“8531 Elektrische toestellen voor hoorbare of voor zichtbare signalen (bijvoorbeeld bellen, sirenes, signaalborden, alarmtoestellen tegen diefstal of brand), andere dan die bedoeld bij de posten 8512 en 8530:

8531 10 - alarmtoestellen tegen diefstal, brandalarmtoestellen en dergelijke toestellen:

8531 10 30 -- van de soort gebruikt voor gebouwen

8531 10 95 –- andere

(...)

8531 80 - andere toestellen

(...)

8531 80 95 -- andere

8531 90 - delen:

8531 90 20 -- van toestellen bedoeld bij de onderverdelingen 8531 20 en 8531 80 20

8531 90 85 –- andere”

Post 8543 luidt als volgt:

“8543 Elektrische machines, apparaten en toestellen, met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk:

(...)

8543 70 - andere machines, apparaten en toestellen:

(...)

8543 70 90 -- andere

8543 90 00 - delen”

2.4.2.

Aantekening 2, letters a en b, aantekening 3 en aantekening 4 op Afdeling XVI van de GN luiden als volgt:

“2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547 ) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a. delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;

b. delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;”

“3. Voor zover niet anders is bepaald, worden combinaties van machines van verschillende soorten, die bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en die een geheel vormen, alsmede machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex.”

“4. Indien een machine of een combinatie van machines uit individuele elementen bestaat (ook indien afzonderlijk opgesteld of onderling verbonden door elektrische of andere leidingen, overbrengingsmechanismen of andere voorzieningen), bestemd om gezamenlijk een welbepaalde functie te verrichten, zoals bedoeld bij een der posten van hoofdstuk 84 of 85, wordt het geheel ingedeeld onder de post die in verband met die functie van toepassing is.”

2.4.3.

De toelichting van de Werelddouaneorganisatie (hierna: de WDO) op aantekening 4 op afdeling XVI van de van het Geharmoniseerd Systeem (hierna: het GS) luidt – voor zover van belang – als volgt:

“(VII) FUNCTIONAL UNITS

(Section Note 4)

The following are examples of functional units of this type within the meaning of Note 4 to this Section :

(…)

(13) Burglar alarms, comprising, e.g., an infra‑red lamp, a photoelectric cell and a bell (heading 85.31).

It should be noted that component parts not complying with the terms of Note 4 to Section XVI fall in their own appropriate headings. This applies, for example, to closed circuit video-surveillance systems, consisting of a combination of a variable number of television cameras and video monitors connected by coaxial cables to a controller, switchers, audio board/receivers and possibly automatic data processing machines (for saving data) and/or video recorders (for recording pictures).”

2.4.4.

De toelichting van de WDO bij post 8521 van het GS vermeldt, voor zover relevant:

“(A) RECORDING AND COMBINED RECORDING AND REPRODUCING APPARATUS

These are apparatus which, when connected to a television camera or a television receiver, record on media electric impulses (analogue signals) or analogue signals converted into digital code (or a combination of these) which correspond to the images and sound captured by a television camera or received by a television receiver. Generally the images and sound are recorded on the same media. The method of recording can be by magnetic or optical means and the recording media is usually tapes or discs.

The heading also includes apparatus which record, generally on a magnetic disc, digital code representing video images and sound, by transferring the digital code from an automatic data processing machine (e.g. digital video recorders).

(…)

When used for reproduction, the apparatus convert the recording into video signals. These signals are passed on either to a transmitting station or to a television receiver.”

2.4.5.

De toelichting van de WDO bij post 8531 van het GS vermeldt, voor zover relevant:

“(…) this covers all electrical apparatus used for signalling purposes, whether using sound for the transmission of the signal (bells, buzzers, hooters, etc.) or using visual indication (lamps, flaps, illuminated numbers, etc.), and whether operated by hand (e.g., door bells) or automatically (e.g., burglar alarms).

(…)

PARTS

Subject to the general provisions regarding the classification of parts (see the General Explanatory Note to Section XVI), parts of the goods of this heading are also classified here.

(…)”

2.5.1.

Volgens de hiervoor in 2.4.3 vermelde toelichting van de WDO bij aantekening 4 op afdeling XVI van de GN (deze betreft een zogeheten functionele eenheid) voldoet een gesloten videobewakingssysteem niet aan de in die aantekening gestelde voorwaarde om als een functionele eenheid te worden aangemerkt. Hieruit lijkt te volgen dat de verschillende componenten van een dergelijk systeem naar hun eigen aard dienen te worden beoordeeld.

2.5.2.

Het arrest Fritz Fuss geeft echter grond voor twijfel aan deze gevolgtrekking. Het arrest betreft weliswaar het voormalige Gemeenschappelijk Douanetarief, maar wordt in het arrest van 15 mei 2014, Data I/O GmbH, C-297/13, ECLI:EU:C:2014:331, punt 39, nog steeds van belang geacht. Het gaat in het arrest Fritz Fuss om een elektrisch apparaat dat tezamen met andere apparaten een noodzakelijk element vormt van een elektrisch toestel voor hoorbare of zichtbare signalen. Het Hof van Justitie merkt in punt 5 van het arrest Fritz Fuss elk afzonderlijk apparaat aan als een deel van een elektrisch toestel voor hoorbare of zichtbare signalen en heeft geoordeeld dat deze delen en onderdelen overeenkomstig de criteria van aantekening 2, letter b, op afdeling XVI worden ingedeeld. Gelet op dit arrest en de hiervoor in 2.1 vermelde feiten, zouden aantekening 2 op afdeling XVI van de GN en post 8531 van de GN zo kunnen worden uitgelegd dat de videomultiplexer moet worden ingedeeld onder laatstvermelde post, aangezien de videomultiplexer uitsluitend is bestemd onderdeel te vormen van een systeem dat als geheel dient voor het geven van hoorbare of zichtbare signalen. De sensoren geven in geval van onraad signalen af aan de videomultiplexer, die deze doordat een alarmindicator in werking treedt, zichtbaar of hoorbaar weergeeft. Ook de bewegingsmelder kan, wanneer deze (bepaalde) bewegingen in het beeld van de camera’s waarneemt, de alarmindicator in werking stellen.

Het systeem heeft echter niet alleen een signaleringsfunctie, maar ook een beveiligings- of bewakingsfunctie, in die zin dat door middel van de camera’s en de videomultiplexer beelden worden weergegeven of opgeslagen van een gebouw of terrein. Deze kunnen direct dan wel vanaf de harde schijf worden weergegeven op een beeldscherm. In zoverre zou gedacht kunnen worden aan post 8517 van de GN (onder meer “toestellen voor de overdracht in een kabelnetwerk of in een draadloos netwerk”).

Voorts geeft juist de videomultiplexer aan het systeem nog de functie van gegevensopslag (in een speciaal format op de interne harde schijf) en de weergave van met de camera’s opgenomen beelden al dan niet rechtstreeks dan wel vanaf de harde schijf. In zoverre lijkt sprake van een video-opname- en videoweergaveapparaat in de zin van post 8521 van de GN.

Het middel betoogt dat alsdan vanwege de verschillende functies van het systeem de wezenlijke functie daarvan moet worden bepaald, dat in post 8531 van de GN ook de bewakingsfunctie moet worden begrepen, en dat, gelet op de punten 41 tot en met 43 van het arrest Roeckl, de (geïntegreerde) bewakings- en alarmeringsfunctie de eigenlijke functie van het systeem vormt zodat deze moet worden ingedeeld onder post 8531 van de GN.

De juistheid van deze laatste stelling van het middel is niet zeker. Bij post 8531 van de GN lijkt het te gaan om toestellen die in geval van onraad een signaal afgeven en niet om toestellen die een gebouw of terrein bewaken of beveiligen door beelden ervan met een camera op te nemen, zodat deze op een beeldscherm kunnen worden bekeken. Indien dit laatste anders is, lijkt post 8531 van de GN van toepassing te zijn, omdat het systeem primair gericht is op bewaken en alarmeren en het opnemen en weergeven van opgenomen beelden een daarvan afgeleide functie is.

Ook is denkbaar dat vanwege het feit dat het systeem als geheel complexer is dan de in posten 8517, 8521 en 8531 van de GN bedoelde apparaten de conclusie moet zijn dat post 8543 van de GN van toepassing is, omdat het gaat om een complete machine met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van hoofdstuk 85 (vgl. HvJ 20 november 2014, Rohm Semiconductor GmbH, C-666/13, ECLI:EU:C:2014:2388, punt 29).

2.5.3.

Indien onder post 8543 van de GN niet kan worden begrepen een systeem als dat waarvan de videomultiplexer met toepassing van aantekening 2, letter b, op afdeling XVI van de GN deel uitmaakt, rijst de vraag of indeling van een dergelijk systeem met toepassing van de hiervoor in 2.4.2 aangehaalde aantekening 3 op afdeling XVI van de GN dient te geschieden.

2.5.4.

Ook indien de videomultiplexer niet met toepassing van aantekening 2 op afdeling XVI van de GN als “deel” moet worden ingedeeld maar de indeling daarvan als zelfstandig goed naar eigen aard moet worden beoordeeld, rijzen dezelfde vragen als met betrekking tot de indeling van het systeem hiervoor in 2.5.2 en 2.5.3 zijn weergegeven, met dien verstande dat de videomultiplexer zelf de beelden of signalen niet waarneemt. Dit betekent dat, hoewel deze is opgenomen in een systeem voor bewaking en beveiliging, de inherente functie van het opnemen van beelden in speciale formats en het zelfstandig kunnen weergeven van de beelden op een monitor relatief meer gewicht of belang krijgt.

Ook dan is mogelijkerwijs te concluderen dat post 8543 van de GN van toepassing is, omdat het gaat om een toestel met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van hoofdstuk 85.

2.6.

Gelet op het voorgaande zal de Hoge Raad op de voet van artikel 267 VWEU een vraag voorleggen aan het Hof van Justitie met betrekking tot de uitlegging van het recht van de Unie.

3 Beslissing

De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak te doen over de volgende vraag:

Dienen de posten 8517, 8521, 8531 en 8543 van de GN aldus te worden uitgelegd dat een product als de videomultiplexer, dat is ontwikkeld om deel uit te maken van een systeem, dat beelden en geluiden afkomstig van daarop aangesloten camera’s en alarmsensoren kan analyseren en desgewenst beelden en geluiden opneemt, opslaat, verwerkt en weergeeft op een aangesloten beeldmonitor, en/of wanneer beelden of geluiden daartoe aanleiding geven een waarschuwingssignaal geeft in de vorm van een e-mail aan een of meer van de op het systeem aangesloten gebruikers en/of toestellen kan aansturen die geluid- of lichtsignalen geven, onder een van deze posten moet worden ingedeeld?

De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie naar aanleiding van vorenstaand verzoek uitspraak heeft gedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, P. Lourens, E.N. Punt en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2015.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature